Als het woord multifunctioneel ergens van toepassing is, dan is het wel bij de houtwal. Hij dient voor van alles en nog wat. Dat was vroeger zo en dat is nu nog zo, maar er is wel degelijk een verschil. Dienden ze vroeger de boer, nu bekoren ze vooral door de schoonheid van het landschap en de variatie van natuur. De partijen achter het project Houtwal 2.0 zien kansen voor een combinatie van veehouderij, het landschap en de natuur.
In het verleden was de aarden wal met daarop beplanting vooral bedoeld als veekering. Hij moest aan de ene kant de koeien, schapen of geiten binnen de wei houden en aan de andere kant een belemmering zijn voor groot wild zoals de wolf. Dat tegenhouden verklaart ook waarom er naast fruitstruiken veel stekelhoudende struiken in de wal voorkwamen zoals de meidoorn, hulst, sleedoorn en hondsroos. Ze braken ook de wind die anders de vruchtbare toplaag in het voorjaar makkelijk kon wegblazen, zoals nu nog in de open akkerbouwgebieden in het Noordoosten te zien is.
Houtwallen bevatten ook altijd bomen om er balken uit te zagen voor de boerderij- of stalbouw. Verder leverden ze stookhout voor de kachel en de bakoven. Dikke takken waren ideaal om er stelen voor de schop, meubels en andere attributen van te maken. De popelier of wilg leverde tenen manden en klompen op. Met een houtwal kon een grondeigenaar ook mooi zijn bezit afbakenen. In sommige delen van het land zoals in Drenthe en Limburg dienden ze ook aan beide zijden van de weg als muur om het vee vanuit het dorp naar de wei te drijven: een zogeheten veedrift. Benamingen als het Koepad of de Veeweg herinneren daaraan.

Ooit zijn er tienduizenden kilometers aan houtwal geweest op met name de hogere zandgronden. Door de opkomst van het prikkeldraad, ruilverkavelingen en de mechanisatie van de landbouw – de houtwallen waren een sta in de weg – sneuvelden veel van die landschapselementen. Er zijn nog enkele duizenden kilometers over. Niemand weet overigens precies hoeveel in totaal. Ze kwamen vooral voor in het oosten, delen van het zuiden van het land en in de zandgebieden in de Friese Wouden ten noorden van Drachten. In die regio zijn ze nog ruim vertegenwoordigd en vormen ze samen met de elzensingels een kenmerkend beeld van het landschap. Dat geldt ook voor de houtwallen in het coulisse landschap in Twente, Salland en de Achterhoek.
Tegenwoordig kan een houtwal nog steeds in een andere vorm dienst doen, vinden de partijen achter het project Houtwal 2.0. Ze zien een prominente rol weggelegd voor de houtwal in de transitie van de landbouw en dan met name de veehouderij. Veel van die pluspunten zijn ook grotendeels van toepassing voor landgoederen en particuliere terreinen.
Heel belangrijk voor de veehouderij is dat begroeiing rondom stallen een steentje kan bijdragen aan het wegvangen van stikstof, ammoniak en fijnstof, de grootste agrarische problemen van dit moment. Maar er is volgens de onderzoekers veel meer positiefs te verwezenlijken. Dan gaat het aan de ene kant om de verrijking van het landschap en verbetering van de biodiversiteit, de lucht-, water- en bodemkwaliteit. Aan de andere kant zijn er pluspunten zoals schaduw voor het vee , CO2-vastlegging, gezonde andere voeding op knabbelhoogte voor het vee, teelt van fruit en noten, het oogsten van hout en biomassa en bijdrage aan dierenwelzijn.

Agro-innovatiecentrum De Marke, de proefboerderij voor kringloop- en natuurinclusieve landbouw bij het Gelderse Hengelo heeft vijf verschillende typen houtwal aangelegd, zodat (melk)veehouders inspiratie kunnen opdoen. Het project, dat nog tot eind dit jaar loopt, omschrijft ze als volgt:
- Het eerste type houtwal richt zich op humane voeding. Hij haakt aan bij de voedselbossen. De houtwal bevat soorten voor menselijke consumptie die ook als verwerkt product te gebruiken zijn, zoals vijg, hazelnoot en vlierbes. Daarbij het advies om eventueel voor het verwerken en vermarkten anderen in te schakelen.
- Het tweede type heeft als hoofddoel het tegengaan van én aanpassen aan klimaatverandering. Deze houtwal bevat snelgroeiende soorten voor CO2-vastlegging en soorten met grote bladeren die de luchtkwaliteit verbeteren, zoals elsbes, fladderiep en wintereik. Deze houtwal is ook gunstig voor biomassa. Hij houdt bovendien de uitspoeling van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen tegen, zoals meerdere typen dat ook doen. Dat is ook bij schaduwwerking het geval. Bij hoge temperaturen in de zomer biedt de houtwal schaduw en voorkomt zo hittestress bij het vee
- Het derde type is een traditionele houtwal met soorten waaruit huidige houtwallen in de Achterhoek bestaan, zoals zomereik en ruwe berk. Deze variant dient ook als vergelijking met de houtwal 2.0 typen.
- De vierde houtwal ‘voederhagen/bodem’ heeft als doel diervoeding en bodemkwaliteit te bevorderen. Hij bevat soorten die rijk zijn aan mineralen, sporenelementen, gezonde istoffen, goed verteerbaar zijn voor het vee en goed zijn voor het bodemleven, zoals boswilg, winterlinde, moerbei en esdoorn.
- Het vijfde type heeft als hoofddoel biodiversiteit te verbeteren door het bieden van voedsel, nestgelegenheid en beschutting voor insecten, vogels en zoogdieren. Deze bevat soorten met veel bloei (voor insecten) en bessen die vogels en zoogdieren aantrekken, zoals vuilboom, vogelkers en meidoorn.
Interesse neemt toe
Rob Geerts, projectleider van Houtwal 2.0, ziet dat de interesse in de aanleg van zo’n landschapselement groeit. Vooral de houtwal, waar het vee het blad en twijgen kan wegvreten is populair. Dat komt ook door het feit dat de overheid in het kader van de stimulans voor agroforestry de aanplant financiert. “Samen met voederhagen zijn er in het afgelopen jaar vele kilometers bij gekomen,” vertelt hij. Ook de opslag van CO2 begint een rol te spelen. Hij ziet ook een toenemende belangstelling bij akkerbouwers. Bij particuliere grondbezitters is de houtwal vooral in trek vanwege de bijdrage aan de biodiversiteit. Als probleem signaleert Rob Geerts de bereidheid van grondeigenaren om de aanplant van een houtwal toe te staan vanwege verlies aan productie- en mestplaatsingsruimte. Daarnaast is er huiver dat de aanleg van een houtwal meteen voor de eeuwigheid is vastgelegd. “Overheden zouden de mogelijkheid moeten bieden om bijvoorbeeld een voederhoutwal na verloop van tijd te mogen opruimen, zie het als een agrarische productievorm en niet als natuur” geeft hij als oplossing. ”Ik weet zeker dat er dan veel meer kilometers voederhagen zouden worden ingeplant”.
Subsidies
De hamvraag is of ze ook bijdragen aan het inkomen. Dat is echt een kwestie van rekenen. In het kader van het particulier natuurbeheer en agrarisch natuurbeheer zijn er subsidies. Bij het SNL particulier beheer is de vergoeding per hectare in 2025 bijna 4.400 euro met een mogelijkheid tot opslag tot bijna 4.800. Voor agrarisch natuurbeheer zijn de bedragen veel lager, 500 euro per ha voor hakhoutbeheer en € 14.000 euro per ha per 12 á 15 jaar voor groot onderhoud. De houtwal moet ten minste 25 meter lang en 20 meter breed zijn.
Sommige provincies, zoals Gelderland, geven extra financiële bijdragen voor agroforestry, voor bijvoorbeeld het planten van voederhagen, of voedselbossen. Voor boeren is het belangrijk dat de houtwallen sinds vorig jaar kunnen meetellen voor de Europese (GLB) hectaretoeslag en ecoregeling. Ze mogen ook op bufferstroken langs de watergangen, die verboden zijn om te bemesten, maar of ze dan nog meetellen voor agrarisch natuurbeheer en ecoregeling verschilt van geval tot geval. Landschapselementen zoals de houtwal tellen ook als pluspunten mee in de duurzaamheidsprogramma’s van de zuivelbedrijven en leiden tot een hogere melkprijs.
Vloeiweide
Houtwallen hebben met name in het oosten van het land een rol gespeeld in het sturen van de waterhuishouding. Ze zorgden voor slibvang. Door heel slim een wal haaks te leggen op de stroomrichting zorgden ze er voor dat het water uit een beek naar het gras- of bouwland kon vloeien en tot stilstand kon komen. Daar kon het z’n slib achterlaten als meststof. Nog vindingrijker was in de veengebieden het scheiden van het zure veenwater van schoon water, waarmee vervolgens gras- en bouwland werden bevloeid. (bron Leestekens van het landschap)
Artikel uit: Mijn Natuur, het magazine van SBNL Natuurfonds
Foto's: Agro Innovatie Centrum De Marke